Nexgard Combo Spot-on Kat 0,8<2,5kg Opl 15x0,3ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Nexgard Combo Spot-on Kat 0,8<2,5kg Opl 15x0,3ml

  € 138,53
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

  1. Speciale waarschuwingen Speciale waarschuwingen: Wanneer het diergeneesmiddel wordt toegediend bij langharige rassen, dient speciale aandacht besteed te worden aan het toedienen, om ervoor te zorgen dat het diergeneesmiddel direct op de huid wordt toegediend en niet op de vacht, aangezien dit kan leiden tot een lagere biologische beschikbaarheid van de werkzame bestanddelen. Teken en vlooien moeten zich met de gastheer gaan voeden om aan esafoxolaner te worden blootgesteld; daarom kan het risico op overdracht van door geleedpotigen overgedragen ziekten niet worden uitgesloten. Katten in gebieden endemisch voor hartworm, of die gereisd hebben naar endemische gebieden, kunnen geïnfecteerd zijn met volwassen hartwormen. Hoewel het diergeneesmiddel veilig kan worden toegediend aan met volwassen hartwormen geïnfecteerde katten, is er geen therapeutisch effect tegen volwassen Dirofilaria immitis vastgesteld. Daarom wordt aanbevolen dat alle katten van 6 maanden of ouder, die in gebieden leven waar hartworm endemisch is, worden getest op bestaande volwassen hartworminfectie voorafgaand aan de behandeling met het diergeneesmiddel voor hartwormziekte preventie. Lintworminfectie kan opnieuw optreden, tenzij bestrijding van tussengastheren zoals vlooien, muizen enz. wordt uitgevoerd. Sommige katten met een patente Joyeuxiella spp. of Dipylidium caninum infectie kunnen desondanks een hoge proportie van juveniele wormen huisvesten, die minder gevoelig zijn voor het diergeneesmiddel; daarom wordt bij zulke infecties een hercontrole na behandeling aanbevolen. Parasitaire resistentie tegen elke bepaalde klasse van antiparasitaire middelen die deel uitmaakt van het vaste combinatiemiddel, kan zich ontwikkelen na herhaaldelijk gebruik van antiparasitaire middelen uit die klasse gedurende een langere periode. Daarom moet rekening worden gehouden met epidemiologische informatie over de huidige gevoeligheid van de doelsoorten om de mogelijkheid van een toekomstige selectie voor resistentie te beperken. Onnodig gebruik van antiparasitica of gebruik anders dan aangegeven in de SPC kan de selectiedruk op resistentie verhogen en leiden tot verminderde werkzaamheid. De beslissing om het diergeneesmiddel te gebruiken dient gebaseerd te zijn op bevestiging van de parasitaire soort en mate van besmetting, of op een inschatting van het risico van een herbesmetting gebaseerd op epidemiologische eigenschappen.In afwezigheid van een risico op co-infectie dient een diergeneesmiddel met een smal spectrum gebruikt te worden. De mogelijkheid dat andere dieren in hetzelfde huishouden een bron van herinfectie met vlooien of wormen kunnen zijn, moet in overweging worden genomen, en indien nodig moeten deze behandeld worden met een geschikt diergeneesmiddel. Vermijd het wassen met shampoo van het dier binnen 2 dagen na toepassing, omdat de effectiviteit van het diergeneesmiddel in dit geval niet is getest. Om herinfestatie door het opduiken van nieuwe vlooien te verminderen, wordt aanbevolen om alle katten in een huishouden te behandelen. Andere diersoorten die in hetzelfde huishouden leven, moeten ook met een geschikt diergeneesmiddel worden behandeld. Alle stadia van de vlooien kunnen de mand van de kat, het beddengoed en de gewoonlijke rustplaatsen, zoals tapijten en gestoffeerde meubels, infesteren. In geval van massale vlooien infestatie en bij aanvang van de beheersingsmaatregelen dienen deze plaatsen te worden behandeld met een geschikt middel voor de omgeving en vervolgens regelmatig te worden gestofzuigd. Eén laboratoriumonderzoek tegen een tekensoort heeft aangetoond dat het dragen van een kraag of kap vanaf het moment van behandeling tot twee dagen daarna de werking van het diergeneesmiddel kan vertragen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Uitsluitend voor spot-on toediening. Niet injecteren, niet oraal of via een andere weg toedienen. Vermijd contact met de ogen van de kat. Als er per ongeluk oogcontact optreedt, spoel de ogen dan onmiddellijk met schoon water. Als de ogen geïrriteerd blijven, raadpleeg dan een dierenarts. Het is belangrijk om het diergeneesmiddel aan te brengen op een huidgebied waar de kat het er niet af kan likken: op de middenlijn van de nek, tussen de schedelbasis en schouderbladen. Voorkom dat dieren elkaar likken totdat de behandelde plaats niet meer zichtbaar is. Orale inname van het diergeneesmiddel kan leiden tot hypersalivatie bij de kat. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet getest bij kittens jonger dan 8 weken. Het diergeneesmiddel is bestemd voor gebruik bij kittens van tenminste 0,8 kg en vanaf 8 weken oud. Het diergeneesmiddel dient uitsluitend te worden gebruikt bij bevestigde gemengde infecties of wanneer katten een aanzienlijk risico lopen op een dergelijke gemengde infectie met ectoparasieten en nematoden en wanneer een gelijktijdige behandeling tegen cestoden is geïndiceerd. Indien er geen risico op co-infestatie bestaat, moet het gebruik van een smal spectrum parasiticide overwogen worden als een eerstelijnsbehandeling. De reden voor het voorschrijven en de gebruiksfrequentie moeten worden afgestemd op de individuele behoefte van de kat, op basis van een klinische beoordeling, de leefwijze van het dier en de lokale epidemiologische situatie (inclusief, waar relevant, zoönotische risico's) om uitsluitend situaties van gemengde infecties/risico op infectie aan te pakken. Het diergeneesmiddel mag niet bij andere katten/dieren worden gebruikt zonder voorafgaand overleg met de dierenarts. Herhaaldelijke behandeling moet beperkt worden tot individuele situaties (zie rubriek "aanwijzingen voor een juiste toediening" voor richtlijnen voor behandeling), met een minimaal interval van 4 weken. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet getest bij gebruik langer dan 6 maanden (zie ook rubrieken "Speciale waarschuwingen" en "Overdosering"), daarom wordt aanbevolen om niet meer dan 6 opeenvolgende behandelingen binnen een periode van 12 maanden te geven. Echinococcose vormt een gevaar voor mensen en is een aangifteplichtige ziekte bij de wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH). In geval van echinococcose moeten specifieke richtlijnen voor de behandeling en de hercontrole en voor de bescherming van personen worden gevolgd. Deskundigen of instituten op het gebied van parasitologie moeten worden geraadpleegd. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Niet roken, drinken of eten tijdens het aanbrengen. Handen wassen direct na gebruik. Gebruikte applicatoren moeten onmiddellijk worden weggegooid en buiten het zicht of bereik van kinderen worden gehouden. Vermijd contact van de inhoud van de applicator met de vingers. Indien dit optreedt, handen wassen met water en zeep. Dit diergeneesmiddel kan oogirritatie veroorzaken, wat in uitzonderlijke gevallen ernstig kan zijn. In geval van accidentele blootstelling aan de ogen, spoel de ogen onmiddellijk en zorgvuldig met water. Verwijder contactlenzen, indien aanwezig, na de eerste 5 minuten, en ga dan verder met spoelen. Raadpleeg een arts en toon de bijsluiter of het etiket. Zorg ervoor dat het behandelde gebied niet meer zichtbaar is voordat u de toedieningsplaats weer aanraakt. Kinderen mogen niet met de behandelde dieren spelen totdat de toedieningsplaats droog is en het wordt aanbevolen dat recent behandelde dieren niet bij de eigenaar slapen, vooral niet bij kinderen. Aanbevolen wordt om de dieren in de avond te behandelen om zo contact met mensen na behandeling te reduceren. Personen met een bekende overgevoeligheid voor esafoxolaner, eprinomectine of praziquantel of voor een van de hulpstoffen moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Aangezien uit proefdierenonderzoek foetotoxische en teratogene effecten naar voren zijn gekomen bij significante dagelijkse blootstelling aan glycerolformal, moeten zwangere vrouwen handschoenen dragen wanneer ze het diergeneesmiddel toedienen om direct contact met het diergeneesmiddel te vermijden.
Voor katten met, of met risico op, gemengde infecties door cestoden, nematoden en ectoparasieten.
Het diergeneesmiddel is uitsluitend geïndiceerd wanneer alle drie groepen tegelijk het doelwit zijn.

Werkzame bestanddelen:

Volume per eenheidsdosis (ml) Esafoxolaner (mg) Eprinomectine (mg) Praziquantel (mg)
Katten 0,8-<2,5kg 0,3 3,60 1,20 24,90
Katten 2,5-<7,5kg 0,9 10,80 3,60 74,70

Hulpstoffen:

Butylhydroxytolueen (E321)................................................................1mg/ml

3.8 Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Geen bekend.

  1. Bijwerkingen Kat: Soms (1 tot 10 dieren/1 000 behandelde dieren): Hypersalivatie1 (verhoogde speekselvloed), diarree1 , emesis1 (braken), alopecia (kaalheid) op de toedieningsplaats1,2, pruritus (jeuk) op de toedieningsplaats1,2, lethargie1 (verminderde activiteit) en anorexie1 (verlies van de eetlust). 1 Meestal milde reacties, van korte duur en zelflimiterend. 2 Voorbijgaand

Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: {gegevens van het nationale systeem}.

Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of (één van) de hulpstoffen.

Dracht en lactatie: Kan gebruikt worden bij drachtige en zogende poezen.

Vruchtbaarheid: Kan gebruikt worden bij fokpoezen. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij fokkaters. Uit laboratoriumonderzoek bij ratten en konijnen zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op nadelige effecten van de werkzame bestanddelen op het voortplantingsvermogen bij mannelijke dieren. Uitsluitend gebruiken bij fokkaters overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.

Voor topicale toediening op de huid (toediening als spot-on).
Dosering: De aanbevolen minimumdoses zijn 1,44 mg/kg esafoxolaner, 0,48 mg/kg eprinomectine en 10 mg praziquantel per kg lichaamsgewicht.
CNK 4577714
Organisaties Boehringer Ingelheim Animal Health
Merken Boehringer
Breedte 101 mm
Lengte 147 mm
Diepte 90 mm
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)