Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Laboratoriumstudies met flunixine bij ratten hebben bewijs van foetotoxische effecten aangetoond. Zwangere vrouwen dienen het diergeneesmiddel zeer voorzichtig te gebruiken om accidentele zelfinjectie te voorkomen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu: Flunixine is giftig voor aaseters van vogels. Niet toedienen aan dieren die vatbaar zijn voor de voedselketen van wilde fauna. In geval van overlijden of opoffering van behandelde dieren, zorg ervoor dat ze niet beschikbaar worden gesteld aan de wilde fauna. Dracht: De veiligheid van flunixine is niet bewezen bij drachtige koeien en zeugen. Het diergeneesmiddel niet gebruiken binnen 48 uur vóór de verwachte partus bij koeien en zeugen. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet aangetoond bij drachtige merries. Niet gebruiken tijdens de gehele drachtperiode. Uit laboratoriumonderzoeken bij ratten zijn geen gegevens naar vore gekomen die wijzen op foetotoxiciteit van flunixine na intramusculaire toedieningen in maternotoxische doses en een verlenging van de dracht. Het diergeneesmiddel dient in de eerste 36 uur na de partus alleen te worden toegediend na een baten/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts en de behandelde dieren dienen gecontroleerd te worden op retentie van de placenta. Vruchtbaarheid: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij stieren, hengsten en beren (mannetjesvarkens) voor de fok. Niet gebruiken bij fokstieren, fokhengsten en fokberen. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Dien andere niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID's) niet gelijktijdig of binnen 24 uur van elkaar toe. Dien corticosteroïden niet gelijktijdig toe. Gelijktijdig gebruik van andere NSAID's of corticosteroïden kan het risico op maagdarmzweren verhogen. Sommige NSAID's kunnen zich sterk binden aan plasma-eiwitten en kunnen competitief zijn met andere middelen met een hoge binding, wat kan leiden tot toxische effecten. Flunixine kan door inhibitie van de prostaglandinesynthese het effect verminderen van sommige antihypertensiva, zoals: diuretica, ACE-remmers (angiotensineconverterende enzymremmers) en - blokkers. Gelijktijdige toediening van potentieel nefrotoxische geneesmiddelen (bijv. aminoglycoside�antibiotica), vooral ciclosporine, dient vermeden te worden.
Indicaties voor gebruik
Bij rundvee:
Voor de reductie van acute ontstekingen en koorts geassocieerd met luchtwegaandoeningen bij rundvee.
Als aanvullende therapie bij de behandeling van acute mastitis.
Bij varkens:
Als aanvullende therapie bij de behandeling van metritis-mastitis-agalactie (MMA).
Bij paarden:
Voor het verlichten van ontstekingen en pijn geassocieerd met skeletspierstelselaandoeningen.
Voor het verlichten van viscerale pijn geassocieerd met koliek bij het paard.
Elke ml bevat:
Werkzaam bestanddeel:
Flunixine 50,0 mg
(overeenkomend met 83 mg flunixine meglumine)
Hulpstoffen:
Fenol 5,0 mg
Natriumformaldehydesulfoxylaat 2,5 mg
Heldere oplossing, kleurloos en vrij van zichtbare deeltjes.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Dien andere niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID's) niet gelijktijdig of binnen 24 uur van elkaar toe. Dien corticosteroïden niet gelijktijdig toe. Gelijktijdig gebruik van andere NSAID's of corticosteroïden kan het risico op maagdarmzweren verhogen. Sommige NSAID's kunnen zich sterk binden aan plasma-eiwitten en kunnen competitief zijn met andere middelen met een hoge binding, wat kan leiden tot toxische effecten. Flunixine kan door inhibitie van de prostaglandinesynthese het effect verminderen van sommige antihypertensiva, zoals: diuretica, ACE-remmers (angiotensineconverterende enzymremmers) en -blokkers. Gelijktijdige toediening van potentieel nefrotoxische geneesmiddelen (bijv. aminoglycoside�antibiotica), vooral ciclosporine, dient vermeden te worden.
Rundvee: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats (zoals irritatie op de injectieplaats en zwelling op de injectieplaats). Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Leverstoornis; Nierstoornis (nefropathie, papillaire necrose)1. Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (bijv. anafylactische shock, hyperventilatie, convulsie, collaps, overlijden)2; Ataxie2; Bloed- en lymfestelselaandoening3, bloeding; Maagdarmstelselaandoening (maagdarmirritatie, maagdarmzweren, maagdarmbloeding, misselijkheid, bloed in de feces, diarree)1; Vertraging van de partus4, doodgeboorte4, retentie van de placenta5; Verlies van eetlust. 1 Met name bij hypovolemische en hypotensieve dieren. 2 Na intraveneuze toediening. Bij het begin van de eerste symptomen dient toediening te worden gestopt en moet shockbehandeling worden gestart. 3 Afwijkingen in bloedbeeld. 4 Door een tocolytisch effect door remming van prostaglandines, die verantwoordelijk zijn voor het op gang komen van de partus. 5 Als het product wordt gebruikt in de periode na de partus. Paarden: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats (zoals irritatie op de injectieplaats en zwelling op de injectieplaats). Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Leverstoornis; Nierstoornis (nefropathie, papillaire necrose)1. Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (bijv. anafylactische shock, hyperventilatie, convulsie, collaps, overlijden)2; Ataxie2; Bloed- en lymfestelselaandoening3, bloeding; Maagdarmstelselaandoening (maagdarmirritatie, maagdarmzweren, maagdarmbloeding, misselijkheid, bloed in de feces, diarree)1; Vertraging van de partus4, doodgeboorte4, retentie van de placenta5; Excitatie6; Spierzwakte6; Verlies van eetlust. 1 Met name bij hypovolemische en hypotensieve dieren. 2 Na intraveneuze toediening. Bij het begin van de eerste symptomen dient toediening te worden gestopt en moet shockbehandeling worden gestart. 3 Afwijkingen in bloedbeeld. 4 Door een tocolytisch effect door remming van prostaglandines, die verantwoordelijk zijn voor het op gang komen van de partus. 5 Als het product wordt gebruikt in de periode na de partus. 6 Kan optreden door accidentele intra-arteriële injectie. Varkens: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Reactie op de injectieplaats (zoals huidverkleuring op de injectieplaats, pijn op de injectieplaats, irritatie op de injectieplaats en zwelling op de injectieplaats) 1. Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Leverstoornis; Nierstoornis (nefropathie, papillaire necrose)2. Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Anafylaxie (bijv. anafylactische shock, hyperventilatie, convulsie, collaps, overlijden)3; Ataxie3; Bloed- en lymfestelselaandoening4, bloeding; Maagdarmstelselaandoening (maagdarmirritatie, maagdarmzweren, maagdarmbloeding, braken, misselijkheid, bloed in de feces, diarree)2; Vertraging van de partus5, doodgeboorte5, retentie van de placenta6; Verlies van eetlust. 1 Herstelt spontaan binnen 14 dagen. 2 Met name bij hypovolemische en hypotensieve dieren. 3 Na intraveneuze toediening. Bij het begin van de eerste symptomen dient toediening te worden gestopt en moet shockbehandeling worden gestart. 4 Afwijkingen in bloedbeeld. 5 Door een tocolytisch effect door remming van prostaglandines, die verantwoordelijk zijn voor het op gang komen van de partus. 6 Als het product wordt gebruikt in de periode na de partus.
Niet gebruiken bij dieren wanneer er een kans bestaat op gastro-intestinale ulceratie of bloeding.
Niet gebruiken als er tekenen van bloeddyscrasieën of veranderingen in hemostase zijn.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel, andere NSAID's of één van de hulpstoffen.
Niet gebruiken bij koeien binnen 48 uur voorafgaand aan een verwachte partus.
Niet gebruiken bij maagkrampen veroorzaakt door ileus, geassocieerd met uitdroging.
Niet gebruiken bij dieren die lijden aan chronische skeletspierstelselaandoeningen.
Laboratoriumstudies met flunixine bij ratten hebben bewijs van foetotoxische effecten aangetoond. Zwangere vrouwen dienen het diergeneesmiddel zeer voorzichtig te gebruiken om accidentele zelfinjectie te voorkomen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu: Flunixine is giftig voor aaseters van vogels. Niet toedienen aan dieren die vatbaar zijn voor de voedselketen van wilde fauna. In geval van overlijden of opoffering van behandelde dieren, zorg ervoor dat ze niet beschikbaar worden gesteld aan de wilde fauna. Dracht: De veiligheid van flunixine is niet bewezen bij drachtige koeien en zeugen. Het diergeneesmiddel niet gebruiken binnen 48 uur vóór de verwachte partus bij koeien en zeugen. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet aangetoond bij drachtige merries. Niet gebruiken tijdens de gehele drachtperiode. Uit laboratoriumonderzoeken bij ratten zijn geen gegevens naar vore gekomen die wijzen op foetotoxiciteit van flunixine na intramusculaire toedieningen in maternotoxische doses en een verlenging van de dracht. Het diergeneesmiddel dient in de eerste 36 uur na de partus alleen te worden toegediend na een baten/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts en de behandelde dieren dienen gecontroleerd te worden op retentie van de placenta. Vruchtbaarheid: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij stieren, hengsten en beren (mannetjesvarkens) voor de fok. Niet gebruiken bij fokstieren, fokhengsten en fokberen.
Het product wordt via de intraveneuze route toegediend bij runderen en paarden en via diepe intramusculaire injectie bij varkens.
Vee: De aanbevolen dosering is 2,2 mg flunixine (meglumine)/kg lichaamsgewicht elke 24 uur gedurende maximaal drie dagen (wat overeenkomt met 2 ml van het product/45 kg lichaamsgewicht, intraveneus).
Varkens: De aanbevolen dagelijkse dosering is 2,2 mg flunixine (meglumine)/kg lichaamsgewicht (wat overeenkomt met 2 ml van het product/45 kg lichaamsgewicht) via diepe intramusculaire injectie. Het kan worden toegediend in 1 of 2 injecties met een interval van 12 uur. Het aantal toedieningen (een of twee) is afhankelijk van de klinische respons.
Het injectievolume per injectieplaats mag de 3 ml niet overschrijden.
Paarden: Het verlichten van ontstekingen en pijn bij skeletspierstelselaandoeningen bij acute en chronische aandoeningen: 1,1 mg flunixine (meglumine)/kg lichaamsgewicht elke 24 uur gedurende maximaal 5 dagen (wat overeenkomt met 1 ml van het product/45 kg lichaamsgewicht/intraveneus). Het verlichten van viscerale pijn bij koliek: 1,1 mg flunixine (meglumine)/kg lichaamsgewicht (wat overeenkomt met 1 ml van het product/45 kg lichaamsgewicht/intraveneus). In de meeste gevallen is een enkele injectie voldoende om de tekenen van koliek te bestrijden zodra de oorzaak van de koliek is bepaald en de juiste behandeling is vastgesteld. Als de klinische symptomen echter aanhouden of opnieuw optreden, kan een tweede of derde injectie worden toegediend met een interval tussen 6 en 12 uur.
| CNK | 4117446 |
|---|---|
| Organisaties | Fendigo |
| Merken | Fendigo |
| Hoeveelheid verpakking | 100 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |