Advate 1500ui Pulv+solv Sol Inj 2ml(750iu/ml)+kit
Op voorschrift
Geneesmiddel

Advate 1500ui Pulv+solv Sol Inj 2ml(750iu/ml)+kit

  € 1.003,26

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Terugvinden herkomst Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd te worden. Overgevoeligheid Allergische overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie, zijn gerapporteerd bij ADVATE. Het product bevat sporen van muizen- en hamsterproteïnen. Indien symptomen van overgevoeligheid optreden, moet patiënten worden aangeraden het gebruik van het product onmiddellijk stop te zetten en contact op te nemen met hun arts. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de vroege tekenen van overgevoeligheidsreacties, zoals galbulten, gegeneraliseerde urticaria, beklemd gevoel op de borst, piepende ademhaling, hypotensie en anafylaxie. In geval van shock moet de standaard medische behandeling van shock worden toegepast. Remmers De vorming van neutraliserende antistoffen (remmers) tegen factor VIII is een bekende complicatie bij de behandeling van patiënten met hemofilie A. Deze remmers zijn doorgaans IgG-immunoglobulinen, gericht tegen de prostollingsactiviteit van factor VIII, die aan de hand van het aangepaste onderzoek gekwantificeerd worden in Bethesda-eenheden (BE) per ml plasma. Het risico op vorming van remmers houdt verband met de ernst van de aandoening en de blootstelling aan factor VIII, waarbij dit risico het grootst is tijdens de eerste 50 behandelingsdagen, maar het hele leven aanhoudt, hoewel het risico niet vaak voorkomt. De klinische relevantie van de vorming van remmers is afhankelijk van de titer van de remmer, waarbij geldt dat lage titers minder risico op een onvoldoende klinische respons opleveren dan remmers met hoge titers. In het algemeen moeten alle patiënten die met producten met stollingsfactor VIII behandeld worden nauwkeurig worden gecontroleerd en gevolgd aan de hand van relevante klinische waarnemingen en laboratoriumtests om de vorming van remmers na te gaan. Indien de verwachte niveaus van factor VIII-activiteit in plasma niet verkregen worden of indien de bloeding niet onder controle gehouden wordt met een aangepaste dosis, moet een onderzoek worden uitgevoerd om na te gaan of er een factor VIII-remmer aanwezig is. Bij patiënten met een hoge spiegel aan remmers is het mogelijk dat de factor VIII-therapie niet doeltreffend is en moeten alternatieve therapieën worden overwogen. De behandeling van dergelijke patiënten moet worden uitgevoerd door artsen die ervaring hebben met de behandeling van hemofilie en met factor VIII-remmers. Cardiovasculaire voorvallen Bij patiënten met bestaande cardiovasculaire risicofactoren kan substitutietherapie met factor VIII leiden tot een verhoging van het cardiovasculaire risico. Complicaties als gevolg van de katheter Indien een instrument voor veneuze toegang (CVAD) is vereist, moet rekening worden gehouden met het risico van complicaties als gevolg van het CVAD waaronder lokale infecties, bacteriëmie en trombose op de katheterlocatie. Overwegingen in verband met hulpstoffen Natrium Dit middel bevat 10 mg natrium per injectieflacon, overeenkomend met 0,5% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene. Het wordt sterk aanbevolen de naam en het batchnummer van het product te noteren telkens wanneer ADVATE toegediend wordt, zodat een verband kan worden gelegd tussen de patiënt enerzijds en de geneesmiddelbatch anderzijds. Pediatrische patiënten De vermelde waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik gelden voor zowel volwassenen als kinderen.

Hemofilie A

Behandeling en preventie van bloedingen bij patiënten met hemofilie A (aangeboren factor VIII-deficiëntie).

1 injectieflacon: 2000 IE octocog alfa, ongeveer 400 IE/ml na reconstitutie.

  1. LIJST VAN HULPSTOFFEN

Hulpstoffen: mannitol, natriumchloride, histidine, trehalose, calciumchloride, trometamol, polysorbaat 80, glutathion (gereduceerd). Zie de bijsluiter voor meer informatie.

4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd met ADVATE.

4.8 Bijwerkingen Overzicht veiligheidsprofiel Tijdens klinisch onderzoek met ADVATE bij 418 personen met minimaal één blootstelling aan ADVATE zijn in totaal 93 bijwerkingen (ADR's) gemeld. De bijwerkingen die het vaakst voorkwamen, waren de vorming van neutraliserende antistoffen voor factor VIII (remmers), hoofdpijn en koorts. Overgevoeligheidsreacties of allergische reacties (zoals angio-oedeem, branderig en stekend gevoel op de toedieningsplaats, koude rillingen, overmatig blozen, gegeneraliseerde urticaria, hoofdpijn, galbulten, hypotensie, lethargie, nausea, rusteloosheid, tachycardie, beklemd gevoel in de borst, tintelen, braken, piepende ademhaling) worden zelden waargenomen en kunnen zich in sommige gevallen ontwikkelen tot ernstige anafylaxie (waaronder shock). Ontwikkeling van antistoffen tegen muizen- en/of hamsterproteïne met gerelateerde overgevoeligheidsreacties kan worden waargenomen. Bij patiënten met hemofilie A die zijn behandeld met factor VIII, waaronder ADVATE (zie rubriek 5.1), kunnen zich neutraliserende antistoffen (remmers) vormen. Indien dergelijke remmers voorkomen, uit zich dit in een onvoldoende klinische respons. In deze gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met een gespecialiseerd hemofiliecentrum. Overzicht bijwerkingen in tabelvorm Tabel 2 geeft de frequentie van bijwerkingen aan in klinisch onderzoek en afkomstig van spontane rapportering, gerangschikt volgens de systeem/orgaanklassen van de MedDRA-gegevensbank en hun frequentie (systeem/orgaanklasse en voorkeursterm). De frequentie is geëvalueerd op basis van de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst. Tabel 2. Frequentie van bijwerkingen in klinisch onderzoek en afkomstig van spontane rapportering Standaard MedDRA-systeem/orgaanklasse Bijwerking Frequentiea Infecties en parasitaire aandoeningen griep soms laryngitis soms Bloed- en lymfestelselaandoeningen factor VIII-remming soms (PTP's)b zeer vaak (PUP's)b lymfangitis soms Immuunsysteemaandoeningen anafylactische reactie* niet bekend overgevoeligheidc* niet bekend Zenuwstelsel-aandoeningen hoofdpijn vaak duizeligheid soms geheugenstoornis soms syncope soms trillen soms migraine soms dysgeusie soms Oogaandoeningen oogontsteking soms Hartaandoeningen hartkloppingen soms Bloedvataandoeningen hematoom soms opvliegingen soms bleekheid soms Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinum-aandoeningen dyspneu soms Maag-darmstelsel-aandoeningen diarree soms pijn in de bovenbuik soms misselijkheid soms braken soms Huid- en onderhuidaandoeningen jeuk soms huiduitslag soms overmatig zweten soms urticaria soms Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen pyrexie vaak perifeer oedeem soms pijn op de borst soms borstongemak soms koude rillingen soms zich niet normaal voelen soms hematoom op punctieplaats van bloedvat soms vermoeidheid* niet bekend injectieplaatsreactie* niet bekend malaise* niet bekend Onderzoeken verhoogd aantal monocyten soms verlaagd niveau van factor VIII-stollingsactiviteitd soms verminderde hematocrietwaarde soms abnormale laboratoriumtests soms Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties complicatie na de verrichting soms bloeding na de verrichting soms reactie op de plaats van verrichting soms a) Berekend op basis van het totale aantal patiënten die ADVATE toegediend kregen (418) in klinische onderzoeken, met uitzondering van bijwerkingen die werden geïdentificeerd tijdens het toezicht na het in de handel brengen; deze zijn voorzien van een '*'. b) De frequentie is gebaseerd op onderzoeken met alle producten met factor VIII waaraan patiënten met ernstige hemofilie A deelnamen. PTP's = eerder behandelde patiënten, PUP's = niet eerder behandelde patiënten. c) ADR uitgelegd in de rubriek hierna. d) De onverwachte daling van de niveaus van factor VIII-stollingsactiviteit is waargenomen bij één patiënt tijdens de continue infusie van ADVATE na de chirurgische ingreep (dag 10 – 14 na de operatie). Gedurende deze periode was hemostase steeds behouden. Zowel de niveaus van factor VIII activiteit in plasma als de klaringssnelheden bereikten opnieuw de normale waarden op dag 15 na de operatie. De onderzoeken naar factor VIII remmers uitgevoerd na beëindiging van de continue infusie en het onderzoek waren negatief. Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen ADR's specifiek voor residuen van het productieproces Van de 229 behandelde patiënten die beoordeeld zijn op antistoffen tegen proteïnen geproduceerd in cellen uit het ovarium van Chinese hamsters (CHO), lieten er 3 een statistisch significante opwaartse trend in titers zien, vertoonden er 4 aanhoudende pieken of voorbijgaande spikes, en vertoonde één patiënt allebei, maar had geen klinische symptomen. Van de 229 behandelde patiënten die beoordeeld zijn op antistoffen tegen muriene IgG, lieten er 10 een statistisch significante opwaartse trend zien, vertoonden er 2 een aanhoudende piek of voorbijgaande spike en vertoonde één patiënt allebei. Vier van deze patiënten meldden geïsoleerde gevallen van urticaria, jeuk, huiduitslag en licht verhoogde eosinofiele tellingen onder herhaalde blootstellingen aan het onderzoeksproduct. Overgevoeligheidsreacties Allergische overgevoeligheidsreacties omvatten anafylaxie en hebben zich gemanifesteerd als duizeligheid, paresthesie, huiduitslag, roodheid, aangezichtszwelling, urticaria en pruritus. Pediatrische patiënten De frequentie, het type en de ernst van bijwerkingen bij kinderen zijn naar verwachting hetzelfde als bij volwassenen. Naast de ontwikkeling van remmers in eerder onbehandelde pediatrische patiënten (PUP's) en complicaties als gevolg van de katheter, zijn er geen leeftijdsspecifieke verschillen in ADR's opgemerkt tijdens klinisch onderzoek. Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Bekende allergische reactie op muizen- of hamsterproteïnen.

Er is geen reproductieonderzoek bij dieren uitgevoerd met factor VIII. Vanwege het zeldzaam voorkomen van hemofilie A bij vrouwen bestaat er geen ervaring met het gebruik van factor VIII tijdens zwangerschap en borstvoeding. Daarom mag factor VIII alleen worden toegediend tijdens zwangerschap en borstvoeding indien het gebruik duidelijk geïndiceerd is.

Bloedingen en chirurgische ingrepen

  • De dosering en de duur van de substitutietherapie zijn afhankelijk van de ernst van de factor VIII-deficiëntie, de plaats en de omvang van de bloeding en de klinische toestand van de patiënt.
  • Een tabel met referentiewaarden wordt in de bijsluiter gegeven.

Langetermijnpreventie

  • Volwassenen en kinderen > 6 jaar: 20 - 40 IE factor VIII /kg lichaamsgewicht om de 2 - 3 dagen.
  • Kinderen < 6 jaar: 20 - 50 IE factor VIII /kg lichaamsgewicht 3 - 4 x /week.
  • Patiënten moeten gecontroleerd worden op de ontwikkeling van factor VIII-remmers, die verhinderen dat de verwachte plasmawaarden worden bereikt.

Toedieningswijze

  • Intraveneuze toediening via luerlockspuit.
  • Toedieningssnelheid: max. 10 ml/min.
  • Uitsluitend reconstitueren met het bijgeleverde gesteriliseerde water voor injecties en het hulpmiddel voor reconstitutie.
  • Binnen 3 uur na reconstitutie gebruiken, niet in de koelkast bewaren na reconstitutie.
  • Reconstitutie en toediening dienen aseptisch te gebeuren, zoals beschreven in de bijsluiter.
CNK 3342904
Organisaties Takeda
Breedte 60 mm
Lengte 163 mm
Diepte 81 mm
Hoeveelheid verpakking 1
Actieve ingrediënten octocog alfa
Behoud Koelkast (2°C - 8°C)